Opdragen
50x40

Het volk IsraŽl kende de gewoonte om kinderen "voor te stellen aan God". God eigende zich alle mannelijke eerstgeborenen van mensen en dieren toe (Ex.13:1-16). Voor elk kind moest ter verzoening een offer gebracht worden (Lev.12). Deze wetten werden ook vervuld bij de eerstgeboren zoon van (pleeg)vader Jozef en moeder Maria: Jezus Christus (Lukas.2:2139). Toen Johannes de Doper en Jezus acht dagen oud waren, werden zij, zoals alle joodse jongetjes, besneden. Dan wordt een deel van de voorhuid van het mannelijk geslachtsdeel weggesneden. Dit was voor de joden het verbondsteken. Tegelijk ontvingen zij hun naam. Na veertig dagen moest het reinigingsoffer worden gebracht. Jezus was jood met de joden en onderging al deze heilige rituelen. Door de Heilige Geest naar de tempel geleid, nam Simeon toen dit kind, de Messias, in zijn armen, loofde God en sprak profetieŽn over Hem en Maria uit, en zegende hen (ouders en kind).

Verder lezen we in de evangeliŽn dat Jezus zelf uitdrukkelijk kinderen (niet uitsluitend baby's) bij zich roept, voor hen bidt, hen aanraakt, tot een voorbeeld stelt, ze omarmt en ze onder handoplegging zegent. (MattheŁs 19:13-15, Markus.10:13-16, Lukas.18:15-17) En dit, terwijl bovenstaande joodse rituelen voor deze kinderen al eens waren uitgevoerd! Het zegenen van kinderen was in de dagen van Jezus een typisch rabbinaal gebruik. De rabbi (meerdere) zegende de kleine kinderen. Deze kinderzegen had zijn oorsprong in het Oude Testament waarin aartsvaders en priesters kinderen zegenden.
Willem van den Heuvel
adem, de geest van god; bloed, de levens container heuvelkunst-2015013006.jpg heuvelkunst-2015013005.jpg heuvelkunst-2015013004.jpg heuvelkunst-2015013003.jpg heuvelkunst-2015013002.jpg heuvelkunst-2015013001.jpg