Slavernij

  • 40x50

‘Moderne’ slavernij staat voor het rekruteren, onderbrengen, vervoeren, in levensonderhoud voorzien of verkrijgen van een persoon voor dwangarbeid of commerciële seksuele handelingen met gebruik van geweld, oplichting of dwang. Volgens deze definitie waren er in 2013 wereldwijd zo’n 29,8 miljoen slaven. Dat waren er in 2014 35,8 miljoen en in 2016 45,8…. Waarvan 58% woonden in de top 5 landen India, Pakistan, de Volksrepubliek China, Bangladesh en Oezbekistan. Naar schatting tien miljoen kinderen werken als slaaf.
Kindsoldaten in Colombia en Afrika zijn voorbeelden van moderne slavernij. Verder werken kinderen als slaaf in steengroeven, in de tapijtindustrie in India, en op cacaoplantages in Ivoorkust. Op Haïti werken ten minste 400 duizend kinderen als slaaf, restaveks genoemd. Ook werken veel kinderen in ontwikkelingslanden onder dwang in de prostitutie, met name in Zuidoost-Azië. Zo’n 50.000 Noord-Koreaanse dwangarbeiders worden te werk gesteld in China, Rusland, Qatar en Europa en leverde het regime tussen de 1 en 2 miljard dollar op.

Leiders van het Joodse volk vragen aan Jezus hoe het kan dat er in de Thora wetgeving staat over echtscheiding (Deut. 24:1) terwijl we helemaal niet mogen scheiden (Gen. 1:27 en 2:24). Jezus zegt tot hen: “… omdat Mozes om uw hartverharding u heeft toegestaan u van uw vrouwen los te maken; maar van het begin af is het niet zo geweest (Mattheus 19:8).
Net als polygamie en echtscheiding wordt bepaalde vormen van slavernij in de Bijbel gedoogd. God tolereerde het, net als dat hij voor een bepaalde periode allerlei andere misstanden tolereert. Daarnaast was slavernij in Bijbelse-tijden heel anders dan de slavernij hierboven gedefinieerd. Mensen werden niet tot slavernij gedwongen vanwege hun nationaliteit of hun huidskleur, het was meer een soort sociale status. Mensen verkochten zichzelf als slaven wanneer ze hun schulden niet konden betalen of niet voor hun gezin konden zorgen. Misstanden in dit systeem worden in de Bijbel genoemd en gereguleerd. In Nieuwtestamentische tijden waren artsen, advocaten en zelfs politici soms slaven van een ander. God heeft al vanaf het begin van de schepping dezelfde mening: Hij heeft ieder mens gemaakt om vrij te zijn, om één partner te vinden en die de rest van het leven trouw te blijven. Dat is altijd Gods wil geweest. Wat blijkt uit bovenstaand citaat van Jezus, is dat er wetten zijn ingevoerd ‘vanwege de harteloosheid en koppigheid' van de mens.
De Bijbel laat zien dat God ons uiteindelijk van alle vormen van slavernij zal bevrijden. Dan zullen alle mensen echte vrijheid kennen (Jesaja 65:21, 22). Ook Paulus benadrukte de gelijkheid van alle gelovigen, en hij keerde zich in 1 Timotheüs 1:10 fel tegen mensenhandelaars. In Efeze 6:9 staat dat meesters hun slaven als broeders en zusters moesten beschouwen. Dat was een revolutionaire gedachte in die tijd. Een belangrijke tekst in dit verband is ook Galaten 3:28: “in Christus is noch Jood noch Griek, noch dienstbare noch vrije. Gelovigen zijn allemaal één in Christus Jezus.”