Lam & Leeuw

  • 30x40 [met houten lijst]

In Openbaring krijgt Johannes een blik in de hemel en in de toekomst. Hij ziet God in al zijn majesteit op zijn troon. Gevraagd wordt wie de 7 maal verzegelde boekrol met als inhoud de dingen die gebeuren gaan, kan openen. De vraag is dus wie de geschiedenis tot een goed einde kan brengen. Vandaar dat Johannes huilt als er eerst niemand lijkt te zijn. Maar dan klinkt: "Huil niet! De leeuw uit de stam van Juda, de wortel van David heeft overwonnen: Hij kan het!" En wat ziet Johannes als hij die grote koning ziet?: een lam, en je kunt in zijn hals de snede nog zien van toen hij geslacht werd. Openbaring laat zien dat de grote koning, Leeuw, alleen de wereld maar kan regeren en tot een goed einde brengen omdat hij ook Het Offerlam was. En net als de Leeuw ook Lam is, zijn wij die Hem volgen heersende koningen, maar dan tegelijk ook dienende priesters.

Eigenlijk zie je deze twee lijnen in het hele Oude Testament: er komt een vrederijk onder de grote Koning, want God zal alle onrecht van de aarde verdrijven. Maar aan de andere kant moet God ook de zonde straffen, en dat brengt vloek en lijden met zich mee. Pas in het Nieuwe Testament wordt duidelijk dat deze twee lijnen bij elkaar komen in Jezus de Christus: Hij is de grote Zoon van David, die alle onrecht zal overwinnen, en zijn vrederijk zal vestigen. En Hij is de lijdende knecht, het Lam van God dat de zonden van de wereld zelf op zich genomen heeft. Was Hij alleen koning (Leeuw), dan zou Hij alle onrecht vernietigd hebben, maar dan zouden wij ook verscheurd zijn. Was Hij alleen lijdende dienaar (Lam), dan zou Hij verscheurd zijn en nooit het recht op aarde hebben kunnen vestigen. Was Hij alleen koning (Leeuw), dan zouden we alleen maar voor Hem moeten vrezen. Was Hij alleen lijdende dienaar (Lam), dan zou Hij nabij zijn maar ons niet kunnen helpen. Pas wie deze Heer kent, Leeuw en Lam kan diepe eerbied en vertrouwelijke nabijheid tegelijk voelen, die weet zeker dat het recht zal overwinnen, maar tegelijk dat hij daarbij kan zijn omdat het Lam de straf voor de zonde op zich nam. Je kunt als mens leeuw zijn ( je komt op voor jezelf, zaken goed voor elkaar, maar het gaat zo vaak ten koste van anderen) of lam (je probeert de minste te zijn, je bent er altijd voor anderen, maar het gaat ten koste van jezelf). Maar wie de Geest van Christus krijgt leert beiden te zijn: leeuw en lam. Een christen dient, geeft, heeft lief en dat doet hij vanuit een kracht. Die kracht is het leven van genade: je weet je een kind van God, al je zonden zijn vergeven, God is voor jou, wie zou tegen je zijn (leeuw). Maar juist dat motiveert je om die Heer te volgen en je leven tot een dankoffer te maken voor Hem en je naaste (lam).

“Aslan is een leeuw – dé Leeuw, de Grote Leeuw.”
“Ooh!”antwoordde Suzie, “Ik dacht dat hij een man was. Is hij… wel veilig? Ik wordt nogal zenuwachtig van het idee straks een leeuw te ontmoeten.”
“Natuurlijk, liefje, dat is nogal duidelijk, ”antwoordde mevrouw Bever;
“Iemand die zonder knikkende knieën voor Aslan verschijnt is verschrikkelijk dapper of ongelofelijk dom.”
“Dus hij is niet veilig?”zei Lucy.
“Veilig?”antwoorde meneer Bever; “Heb je niet gehoord wat mevrouw Bever zei? Wie heeft het over veilig? Natuurlijk is hij niet veilig. Maar ik zeg je: hij is goed. Hij is De Koning.

(fragment uit "De heks en het land achter de kleerkast" van C.S. Lewis)