Adem, Geest van God

  • 90x90

'Roeach' is het Hebreeuwse woord voor de adem én voor de geest van God: adem die levend maakt. Het beeld van de Adem wordt in het Oude Testament gebruikt om de relatie tussen levende wezens met God aan te geven. Vooral de relatie van de mens met God. De mens wordt in de beeldtaal van het boek van de Schep­ping een levend wezen doordat God hem adem in de neus blaast (Genesis 2:7).

De Adem van God kan iemand tot een ander mens maken, met een nieuwe oriëntatie. Zo wordt de jonge Saul een ander mens wanneer hij zich aan­sluit bij een groep ‘profetenleerlingen’ en vervolgens koning wordt (1 Samuel 10:5-12). De Adem­ van God ‘begeestert’, geeft inspiratie (van het Latijnse woord spiritus, wind). Mensen worden er creatief en scheppend van. De schrijvers van de Oude Testament verbinden de Adem van God met de komst van het rijk ­van God. De tijd dat God regeert en er een leven vol ge­rech­tig­heid en­ vrede aanbreekt.

Pinksteren is het feest van de schenking van de Heilige Geest aan de leerlingen van Jezus, die na zijn dood angstig bij elkaar zaten. Lucas vertelt dat de Adem van God als wind door het huis blaast waar de leerlingen schuilden. Door de Adem durfden zij het blijde nieuws te verkondigen en niet-joden toe te laten, vertelt Handelingen (2:1-40). Elders in het Nieuwe Testament worden liefde, blijdschap, vrede, trouw, zachtmoedigheid, zelf­beheersing, wijsheid, kennis en vrijheid verbonden met de Adem van God.

Bloed is , of bevat de ziel van een dier of een mens. De ziel is de zetel van wie we werkelijk zijn. Onze gevoelens, emoties en kracht stromen door onze ziel. Onze ziel is de controlerende kracht van ons lichaam en onze interactie met anderen rondom ons.

"Want de ziel van het vlees is in het bloed en Ik heb het u op het altaar gegeven om verzoening over uw zielen te doen, want het bloed bewerkt verzoening door middel van de ziel." (Lev. 17:11)